Het Nationaal Kiezersonderzoek is onder deze naam ontstaan in 1971. In dat jaar kwam het van de grond als project van alle leerstoelhouders Politicologie in Nederland. De kern van het NKO bestaat uit een survey-onderzoek rond de verkiezingen voor de Tweede Kamer onder een representatieve steekproef uit de kiesgerechtigde bevolking van Nederland. In de vraaggesprekken wordt een groot aantal politieke opvattingen en prioriteiten, percepties van politieke verschijnselen, politieke gedragingen (waaronder uiteraard stemgedrag) en andere kenmerken van de respondenten vastgesteld. Elk NKO resulteert in een kwalitatief hoogwaardig en uniek databestand met betrekking tot het Nederlandse electoraat. De verschillende NKO’s tezamen bieden een reeks van samenhangende gegevens over het Nederlandse electoraat over de laatste 25 jaar, die het mogelijk maken om de ontwikkelingen in opvattingen, prioriteiten, percepties en gedragingen nauwgezet te bestuderen.

Nationale verkiezingsstudies waren vóór 1971 reeds ondernomen in de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Zweden, Noorwegen en Duitsland. Tezamen met deze vijf, behoort Nederland tot de groep landen waarin de verkiezingsstudies tot grote bloei zijn gekomen. In andere democratieën zijn vergelijkbare onderzoeksprogramma’s doorgaans pas veel later tot stand gekomen. De belangrijkste stimulans voor het opzetten van dergelijke onderzoeksprogramma’s in de Europese landen werd gevormd door de grote invloed die de Amerikaanse verkiezingsstudies sinds de jaren vijftig uitoefenden op de ontwikkeling van de politicologie. De meeste Europese onderzoeksprogramma’s zijn dan ook geïnspireerd door deze Amerikaanse studies. Geen van de Europese verkiezingsstudies kan echter worden gezien als een kopie van de Amerikaanse pendant, zeker niet de Nederlandse NKO’s. In elk van de genoemde landen dragen de verkiezingsstudies tal van specifieke "nationale" kenmerken, die onder meer zijn ingegeven door de inrichting van de electorale instituties.

Vanaf het begin is het de bedoeling geweest om voortaan bij iedere Tweede-Kamerverkiezing een gelijksoortig onderzoek te houden, waarbij een gedeelte van de vragenlijst(en) onveranderd zou blijven, zodat naast een analyse van een specifieke verkiezing ook trendanalyse tot de mogelijkheden zou gaan behoren. Die opzet is geslaagd. Rondom iedere Tweede-Kamerverkiezing sinds 1971 heeft een NKO plaatsgevonden. De betreffende vragenlijsten bevatten een harde kern van vragen die in de loop van de jaren grotendeels onveranderd is gebleven. Daarnaast is ook telkens ruimte geboden voor de ontwikkeling van nieuwe theoretische invalshoeken en concepten. De vragenlijsten van het NKO omvatten aldus een 'vast' en een 'variabel' deel, naast de gebruikelijke demografische informatie.

Enkele herinneringen van prof. dr. Rob Mokken aan de beginjaren van het NKO staan hier. De PDFs waar Mokken naar verwijst zijn verkrijgbaar bij de webmaster.